Vlieg naar de maan

Vlieg naar de maan, zacht
verdwijnt de dag uit het zicht
geef mij zomaar over aan de nacht
aan wat er in mijn dromen voor mij ligt

te wachten, waar gedachten tot niets vergaan
Wellicht moet ik er vannacht wel aan
geloven, maar dat geloof ik nu nog niet
Zo ja, men dat alleen in deze wereld ziet.

Vooralsnog ga ik er maar stil van uit
U, lezer, ik, schrijver, zitten in dezelfde schuit.

 
 
 

Voor de slacht

O, kom er ’s kijken
zegt Mahmud tegen Sjerief
Dat geeft toch enige reden tot grief
zoals ze zich verrijken, de rijken

De rijken hier, de rijken daar
Het zal nog moeten blijken
hoe ze eindigen als lijken
Nu hebben ze ’t nog voor elkaar

De torens die ze bouwen
De reality-tv onafgebroken op tv
Afleiding, nauwelijks te verstouwen

Toch, we deden even hard mee,
dat is iets om op te kauwen,
maakten we deel uit van dat vee.

 
 
 

Zotkop

Nachtbraken bij het ochtendgloren
ben ik ten ene male niet meer in staat
welke schone dan ook te bekoren
Deze nacht hield ik geen maat

Allengs werden mijn kansen kleiner
de mist in mijn hoofd steeds dichter
ook al leek het die avond toch steeds fijner
mijn portemonnee werd maar steeds lichter

Een streling hier, een knipoog daar
Steeds bleek het weer een leeg gebaar.

 
 
 

Kloek te boek

In de winter houd ik mij staande
in de kou in lange onderbroek
sta ik in mijn hemd en blijf ik gaande
mijn imago van een vent hier opdoek

in overkleren ik verstoppertje speel
mijn uiterlijk voorkomen met u deel.

 
 
 

We zijn er bijna / nog lange niet

Nee, dit is geen vrolijk deuntje
en maar goed ook dat dit niet vrolijk is:

De dood komt met zachte handen
of hard en rauw, onverwacht, nooit gedacht
of langzaamaan verstikkend met pijnen
die langzaam wennen
of niet

Duister is zij, maar niet als de nacht
De nacht kent nog een horizon
waarachter de zon tevoorschijn komt
kent nog de sterren
ook al gaan ze soms schuil

Ze is de slaap waarvan men weet
nooit uit te ontwaken
Ze is een slaap die droomloos is
zonder einde, ook niet eindeloos

Onvergelijkbaar met nacht of dag
de avond of de morgenstond
stelt men zich er van alles van voor

Maar of het tegenvalt of niet,
wellicht is dat niet eens afwachten geblazen.

 
 
 

Nieuwjaar, hoezee!

Al meer dan 2009 keer oud- en nieuwjaar
Aan het begin hadden ze ’t wel voor mekaar
Een paar lijntjes met houtskool en wat plantensap
Als jaarwende was dat een grote stap

Oliebollen hadden ze wellicht nog niet
maar hun wild verdiende geen kleiner loflied
Om van nieuwjaarsrollen niet te spreken
Ecologisch hadden ze ’t mooi bekeken

Nu moet ik mij in bochten wringen
Om ’t nieuwjaar origineel te bezingen
Geloofde ik maar in dat christendom
met 5000 jaar geschiedenis leek ik niet zo stom

Nu rijm ik maar noodgedwongen in paren
en wens ik ieder op de woelige baren
een vaste hand aan het stuurrad van het leven
en niets om later te vergeven. 

 
 
 

Halsoverkop

Jouw ogen, toen ik daar in keek
smolt ik helemaal weg
en mijn hart sloeg over
en nog een keer en nog een keer

Dood staarde mij in mijn eigenste

 
 
 

In de wolken met Sharon Stone

Vannacht droomde ik van haar
Van die diva van het witte doek
Ondersteboven van haar look
Gaf ik me over, zag geen gevaar

Hoe het kwam, dat weet ik niet
Het vergde niet meer dan een blik
Ik was er erg mee in mijn schik
Toen haar jurk haar verliet

Geruisloos speelde het zich verder af
met horten en met stoten, eerst haar bovenstuk,
toen haar niemandalletje het begaf

versmolten in een bed van zoet geluk
meer en meer, dichter rond des dichter’s staf
bezweek die wereld onder grote druk.

 
 
 

Wolkewietje

De mensheid heeft haar draai gevonden
Het is een verschil van dag en nacht
Dat hadden ze in de prehistorie niet gedacht
Nooit waren we zo met elkaar verbonden

Geld en goederen, vliegen, vluchten, glitter in een wolk
blijmoedig, blind op naar de bodem van de kolk.