In het licht van de zon
en wat dan al niet:
een Vergeetmenietje
godallemachtig groot
in de wereld van eigen makelij.
In het licht van de zon
en wat dan al niet:
een Vergeetmenietje
godallemachtig groot
in de wereld van eigen makelij.
Vele dagen heb ik wel geteld
Het kan niet op
Men kiest de vlucht naar voren
aan de leiband van ’t grote geld
gokt men munt of kop
En dan is plots of iets minder snel
Voor iedereen het einde daar op de top
Eigenlijk niet van hun kunnen
Met een lieve duit gaat het sprookje uit
Wie trekt aan de bel?
Is het tijd voor een noodstop?
Mijn zomer ben ik zo’n beetje vergeten
Misschien weet jij de jouwe nog
Nu nog wel, maar toch
zal ook de jouwe wel tot slot
in de vergetelheid geraken
op wat sporen na zo hier en daar.
Geen idee schiet mij te binnen
wat te doen aan wie ook maar ademt,
die de dood vindt
of uit mijn zicht verdwijnt
Eindeloos gaat het ook niet door
Eindigheid zet er een punt achter.
Roept zij, de leegte, trekt ze
zoals de zwaarte het water
stromen laat van hoog naar laag?
Voor het zelfde geld stel ik
weinig voor en voeg ik me naadloos,
loos in deze wereld,
bordevol zaken gedoemd te verdampen
in het licht van de tijd.
Zo ik ze heb genoten,
gedachten en gevoelens zoals een wezen
met zogenaamd zelfbewustzijn heeft:
aanstonds zijn zij er niet meer
Hoop ik ijdel: de maan over ons waakt
en allicht de zon het oosten kust.
Doelloos staan de lantaarnpalen
overdag op onbewolkte dag. Ik wacht
tot het donker de overhand krijgt.
Tot dan blijf ik dralen
en zie ik in de verte
hoe zij en zij en hij en zij huilt en lacht.
Toverfee, heb je niet wat toverballen,
ten minste één of bij voorkeur twee,
dat ik de balle krijg
het leven niet zo zwaar te nemen?
Nu doe ik maar alsof
en zweef ik allengs verder weg.
Ongemerkt glijdt de tijd me voorbij
tot op zeker moment de klok
me in de ogen kijkt en met een schok
In gedachten verbleef ik aan jouw zij.
Hoe zal ik nog langer bij jou verpozen
te middernacht. Geen ander gekozen.
Het zij een lot uit de loterij.
Streel ik haar onverbloemde huid
Gepaard met fluisterzacht geluid
In een oogwenk haar oorschelpen rood
doorzichtig, zoek ik de warmte van haar schoot
Zijn we helemaal weg van elkaar
Komt de betovering tot een abrupt eind
Komt het leven weer vastomlijnd
Rest ons nog slechts één gebaar
De dag kruipt wederom in onze huid
Begint op bed met thee, beschuit.