Indringend kijkt de stand-by verlichting hem aan
Het kleine rode oog houdt stil betoog
dat er een hele wereld is buiten zijn kamer
Stil laat hij een traan
Vrij te kunnen gaan en staan
Vrij te kiezen te blijven of te gaan.
Indringend kijkt de stand-by verlichting hem aan
Het kleine rode oog houdt stil betoog
dat er een hele wereld is buiten zijn kamer
Stil laat hij een traan
Vrij te kunnen gaan en staan
Vrij te kiezen te blijven of te gaan.
Zijn va ging weg alras
toen hij nog niet meer was
dan een lichaam met alleen
een lach, een traan en slapen bij de vleet
Geen herinnering plaagt daaraan mijn denken
Ik ken de aarzeling mijn vertrouwen te schenken
al te zeer, is het nu aan mij alleen
het achter te laten, dat babyleed.
Kom op man, zeg, dans
wat minder op jezelf
Kijk ’s niet alleen om je heen
en spring eens in het diepe
en begin desnoods een waterballet
als je leven om te huilen is.
Luister ik naar muziek van jaren her en van eeuwen
uit alle windstreken, weet het mij te bekoren
In den vreemde echter sta ik toch verloren
Wat doe ik daar? Alsof ik voor de leeuwen
ben gegooid. Ondanks de beelden van tv en internet
weet ik amper samen te leven buiten mijn flat.
Plaats me in een gat
met in de verste verte kip noch kraai
Zal ik vechten tegen de bierkaai
Ben het leven lang niet zat
Weet ik in de verte water
Het zal me toch niet overkomen
dat ik er in blijf in mijn dromen
en ik tekort schiet voor enig later
Als kruidje-roer-me-niet
ben ik niet voor één gat te vangen,
zie ik ten minste honderd jaren in verschiet
Maar opgezadeld met het verlangen
op te gaan in één lied
Zo niet, dan mag ik hangen.
Zie ik mijzelf met huid en haar
en de aderen zichtbaar
Het leven: zo kwetsbaar
Vergt het enige blijmoedigheid blijkbaar
levensvragen onbeantwoord te laten
zonder misbaar.
Ergens vrees ik toch dat ik bang ben
voor dat zwarte gat, dat toekomst heet
ondanks al diegenen bij de vleet
die voorgingen in de ren,
het kippenhok, waar we bewegen
als kippen zonder kop
werkelijk waar
ook al hebben we het voor elkaar
denken we te weten
zolang we meer dan voldoende kippen
dezelfde zaden zagen pikken
in hetzelfde schuitje gezeten
die hun eieren legden
en ten slotte het loodje.
Wie ben jij daar, zo wild
met glanzend groen schild
daar op mijn zomerbroek
Zo klein trek je mijn aandacht
sta je als keverachtige te boek
Ben ik als een god voor jou
die al te zeer naar aandacht smacht
Geen eens vleugels kan uitslaan
wat mij tot twijfel brengen zou
Echter ontvang ik bedes bij karrevracht
Zovelen hebben het op hun lever
Ben ik een volkswagen kever.
Sta ik in rechte lijn met de zon
Zit ik met mijn benen gestrekt
Lig ik uitgestrekt en geef ik me loom
over aan haar warmte en droom
Op afstand van haar.
Geruisloos trap ik op mijn gemak
Aan de zomerhitte heb ik lak
De broeierige warmte laat het land
zuchten, geluidloos
zweet ik een heel eind weg
lijkt dat moment van vrede altoos
Zweef ik stil op banden gedragen
in een stilleven.