Momentum

Men wordt geboren
Men gaat dood
Is het allemaal lood
om oud ijzer, van de hoge toren
blaast men of vanaf begane grond
Van de tijd verliest men even goed terstond.

 
 
 

Aan de horizon het donker gloort

Familie zwaan zwemt mij voorbij
Peddelen met hun gevliesde tenen
door het zoete nat, gaan henen
vanwaar zij op het water zaten voor mij.

Laten mij achter aan de kant
Hier laat de kou zich zien in waterdamp
waar ik me aan de warmte vastklamp
In de verte kust de zon de rand.

 
 
 

Op de tast

Mijn handen blijven leeg
Met woorden tracht ik die te vullen
Een echo keert slechts naar mij terug
Warmte die in de zin ontbreekt,
Vinden ze slechts elkaar
en hun vingerwijzing onafgerond.

 
 
 

Om arm

Nu zou ik je wel naast me willen
Maar God mag weten waar Je blijft
En ook van Zijn, Haar of Dat bestaan
ben ik Onzeker. Maar wat wel beklijft:
als ik ooit Je Hart voel,
wis en warempel wordt Het een mooie Boel.

 
 
 

Zon op, zon onder

Talloos zijn de zonsondergangen
alleen al aan dat ene strand
Ben ik nu op het punt beland
dat ik verzand in eindeloos verlangen.

Laat mij meevoeren met de wind
over de rand van de horizon uit het zicht
verstrooid uiteindelijk in partikels licht
ben ik dan een golfkind.

 
 
 

Klavertjes vieren

Koppig houden de klavers vol
en de boterbloemen, in de nazomer
houd ik de zomer in mijn bol,
ook al maakt men mij uit voor dromer.

Kleurig paars en geel temidden van het tanend groen,
herinner ik mij de zon en warmte van voorbije dagen,
fiets ik onder grauwe lucht opgewekt en koen,
weet ik het winters grijs daarmee te schragen.

 
 
 

Wereld aan zijn voeten

Indringend kijkt de stand-by verlichting hem aan
Het kleine rode oog houdt stil betoog
dat er een hele wereld is buiten zijn kamer

Stil laat hij een traan
Vrij te kunnen gaan en staan
Vrij te kiezen te blijven of te gaan.

 
 
 

Klein groot babyleed

Zijn va ging weg alras
toen hij nog niet meer was
dan een lichaam met alleen
een lach, een traan en slapen bij de vleet

Geen herinnering plaagt daaraan mijn denken
Ik ken de aarzeling mijn vertrouwen te schenken
al te zeer, is het nu aan mij alleen
het achter te laten, dat babyleed.

 
 
 

Eeeenig

Kom op man, zeg, dans
wat minder op jezelf
Kijk ’s niet alleen om je heen
en spring eens in het diepe
en begin desnoods een waterballet
als je leven om te huilen is.