Majeur mineur

Luister ik naar muziek van jaren her en van eeuwen
uit alle windstreken, weet het mij te bekoren
In den vreemde echter sta ik toch verloren
Wat doe ik daar? Alsof ik voor de leeuwen
ben gegooid. Ondanks de beelden van tv en internet
weet ik amper samen te leven buiten mijn flat.

 
 
 

Dorst

Plaats me in een gat
met in de verste verte kip noch kraai
Zal ik vechten tegen de bierkaai
Ben het leven lang niet zat

Weet ik in de verte water
Het zal me toch niet overkomen
dat ik er in blijf in mijn dromen
en ik tekort schiet voor enig later

Als  kruidje-roer-me-niet
ben ik niet voor één gat te vangen,
zie ik ten minste honderd jaren in verschiet

Maar opgezadeld met het verlangen
op te gaan in één lied
Zo niet, dan mag ik hangen.

 
 
 

Tok

Ergens vrees ik toch dat ik bang ben
voor dat zwarte gat, dat toekomst heet
ondanks al diegenen bij de vleet
die voorgingen in de ren,

het kippenhok, waar we bewegen
als kippen zonder kop
werkelijk waar
ook al hebben we het voor elkaar
denken we te weten
zolang we meer dan voldoende kippen
dezelfde zaden zagen pikken
in hetzelfde schuitje gezeten

die hun eieren legden
en ten slotte het loodje.

 
 
 

O God, Volkswagen Kever

Wie ben jij daar, zo wild
met glanzend groen schild
daar op mijn zomerbroek
Zo klein trek je mijn aandacht
sta je als keverachtige te boek

Ben ik als een god voor jou
die al te zeer naar aandacht smacht
Geen eens vleugels kan uitslaan
wat mij tot twijfel brengen zou
Echter ontvang ik bedes bij karrevracht

Zovelen hebben het op hun lever
Ben ik een volkswagen kever.

 
 
 

Hartverwarmend

Sta ik in rechte lijn met de zon
Zit ik met mijn benen gestrekt
Lig ik uitgestrekt en geef ik me loom
over aan haar warmte en droom
Op afstand van haar.

 
 
 

Tocht

Geruisloos trap ik op mijn gemak
Aan de zomerhitte heb ik lak
De broeierige warmte laat het land
zuchten, geluidloos
zweet ik een heel eind weg
lijkt dat moment van vrede altoos
Zweef ik stil op banden gedragen
in een stilleven.

 
 
 

Flatteus

Verlegen staat hij in zijn hemd
Kreeg ie zonet een compliment

Kiezen tussen wegwimpelen
of een opmerking, zo gevat
dat die de mondhoeken laat rimpelen
tot een lach. Want ach: complimenten zat

Maar nooit genoeg voor dat bodemloze gat.

 
 
 

Zolang ik het leven om mij heen weet

Geef mij maar bij tijd en wijle
de rust om in stilte te luisteren
Geef mij maar zo af en toe
de stilte van de ondergaande zon,
van het water, stilstaand riet

Hoor ik mijn ademtocht
het kloppen van mijn hart
en het kortstondig kwaken
van een eend, gekras van een kraai,
van een vis die kringen maakt
als die even het watervlak raakt

of van ergens in de verte
door een open raam een kind
dat nog even tegensputtert
voordat ‘ie zich gewonnen geeft
voor die dag, de nacht betreedt

Geef mij maar dat moment van stilte.

 
 
 

Op de kurk

Als toegang tot de grootste schat
prijs ik toch het allermeest de kurk
Ben ik het nog lang niet zat:
de fles waaraan ik lurk.

Langzaam krachtig draaiend
is het kurkentrekken een ritueel,
maakt het mijn zinnen laaiend
Bijna wordt het mij te veel.

Echter blijf ik zeer wel bij de les,
ga ik zo niet op de fles.