Het lage wolkendek
vertoont een open plek
laaghangend blauwgrijs in de avond
een gat een tintje lichter
laag-bij-de-gronds ben ik dichter
reik ik naar de verte terstond.
Het lage wolkendek
vertoont een open plek
laaghangend blauwgrijs in de avond
een gat een tintje lichter
laag-bij-de-gronds ben ik dichter
reik ik naar de verte terstond.
Eet ik mijn ontbijt in de morgen
denk ik niet aan wie met gezwollen buik
en graatmager noodgedwongen
rondloopt, neerligt, ik ruik
de geur van verse koffie,
frisse lucht in mijn longen
begin ik de dag in pas gewassen kloffie
Het leed in een keurig kistje opgeborgen.
Handenvol bladeren hangen aan de bomen
groen en fris nog op midzomerdag
Moge hun aanzicht u wel bekomen
en hekelt u dat, doet u bij God beklag.
De langste jaardag is weer aangebroken
Lentebloemen zijn al lang verschoten
Nog is het geen tijd de haard te stoken
In de zomerhitte kunnen we ons ontbloten
Wie dit binnen leest bij volop zonneschijn:
Zou buiten niet beter vertier te vinden zijn?
Wil je me begrijpen
lees dan al deze woorden niet
Want ik moet zeggen tot mijn verdriet:
ik ben nog aan het rijpen
en kan mijzelf niet neerzetten
in één verhaal, dat sluit
Maar als je op weet te letten
zit jij met mij in dezelfde schuit.
Uit één stuk gegoten
aan zaad en eicel ontsproten
zoek je aan één stuk door
wat ging teloor
Hoe dan ook al een stuk
geboren voor geluk.
Een grafveld, weiden
met madeliefjes met lieve kopjes
en lieve maden ondergronds
die met hun mondjes de grond bereiden
Bloemen bloeien aanstonds.
Zoek de schaduw in de nacht,
onzichtbaar voor de lichtminnenden
wentelend, draaiend en bakkend
in het volle licht van de zon
zien ze zo gauw niets dan blauw
en niets van de verre sterren
in het donker tot zichtbaarheid gebracht.
Krankjoreme woorden ontschieten me
als ik zonder nadenken schrijf
Compromisloos geef ik me bloot
Echter verborgen in het ruim van de boot
van mijn ziel en zaligheid
blijft wat me van de ander en mezelf scheidt.
Zo vluchtig als een regendruppel in de oceaan valt
zo vluchtig als lichtsporen van een ster mijn oog treffen
het wezen van een olijf zich kort op mijn tong samenbalt,
muzieknoten mijn geest verheffen
Herinneringen die niet beklijven
hoezeer men de toekomst ook tracht in te lijven
Vruchteloos kiezen voor een nalatenschap
tree voor tree, een eindeloze trap
Of bouwen en zichzelf overstijgen
uit doelloos plezier en zin te krijgen.
Letterlijk genomen in een wereld gekomen
schijnt die in mijn ogen
rechttoe rechtaan, vroeger, nu en later
en zelfs de aarde is plat
zo lang ik niet zit in een reuzenrad
voel ik me als een vis in het water.
En ook al weet ik van gekromde ruimtetijd,
die zich uitbreidt, in een ruimte van niets uitdijt,
een al dan niet eindige oneindigheid in de schoot van god,
dan weet ik ook, met die woorden vang je bot:
De grote wereld zo plat als tweedimensionaal
of één van overstijgende trap, een niet te bevatten verhaal.
Laat staan dat er meer dan één van is,
dan is er met de getallen 1, 2, 3 iets goed mis.