De noodzaak van onredelijke redelijkheid

Redelijke mensen willen – je zou zeggen: per definitie – rekening houden met onredelijkheid: onredelijkheid willen begrijpen, luisteren, compromissen sluiten, proberen met argumenten te overtuigen, open staan voor het eventuele eigen ongelijk. Dat namelijk getuigt van redelijkheid. Om niet te zeggen: van rationalitiet.

Onredelijkheid, irrationaliteit echter heeft daaraan allemaal geen boodschap.

Hoe kan de redelijkheid dan blijven bestaan? Hoe kan die dan niét het onderspit delven tegenover de onredelijkheid die steeds meer stem krijgt, steeds meer mensen aan zijn zijde heeft?

Onredelijkheid, irrationaliteit kan je alleen met zo’n onderwijs en cultuur tegen gaan, dat rationaliteit en redelijkheid wordt bevorderd, zo niet ingeprent. Misschien zijn sommige vormen van inprenting helemaal zo gek nog niet, zoals bv. respect voor anderen, zoals “wat gij niet blieft dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet”, zoals dus het belang van logika en van feiten, tegelijk met het bestaan van perspectieven…. (zonder te vervallen in “alles is betrekkelijk, wat ook helemaal niet zo is: onafhankelijk van perspectief val je dood neer als je van een Eiffeltoren springt dan wel valt, behalve misschien als er een gigantisch kussen of zo aan de voet van de toren ligt; maar dat terzijde)

Maar in een stijd tussen pure redelijkheid en onredelijkheid lijkt me dat de redelijkheid gedoemd is het loodje te leggen. De onredelijkheid waar de redelijkheid zich van zou moeten bedienen is toch bv. onderwijs, cultuur, de (blinde) wet- en regelgeving, de rechterlijke macht…. Zonder enige machtsmiddelen is elk eind zoek.

Luid het weekend in!

Heb je het koud
zit je in de mist
Richt je blik
dan maar naar binnen
en zie, hoe dan op de muziek
je een hele wereld kan beginnen
waar je lief kan zijn en stout
waar je kan dansen
alleen, met z’n twee, met z’n allen
je te buiten kan gaan
met je ogen dicht.

Dus, over macht gesproken

* “Kijk, natuurlijk gaat het om macht. Maar niet om de macht per se. Niet macht om de macht. ”
– “Ja, klopt. Je moet nu eenmaal macht hebben om je doelen te kunnen verwezenlijken.”
. “Je moet macht hebben om invloed te kunnen hebben op de wereld.”

* “Wat dat betreft zijn we het helemaal eens”,
zei de rechtse autocraat tegen de links radicaal en de gelovige fundamentalist.

– “De meeste mensen weten ook helemaal niet wat goed voor hun is.”
* “En dus moeten we soms wel harde maatregelen nemen.”
. “En soms moet je het onkruid wieden, zodat de tuin kan bloeien.”

* “Nee, het gaat ons écht niet om de macht. Wij zijn geen machtswellustelingen of zo, Maar het is nu eenmaal de harde realiteit, dat je wel macht nodig hebt wil je iets bereiken. ”
– “Het doel heiligt de middelen.”
. “Hé, dat jij het woord heilig in de mond neemt. Ik dacht dat ik degene was die de hemel op aarde wil brengen.”

* “Willen we dat eigenlijk toch niet allemaal?”
– “Trouwens, brood en spelen zijn natuurlijk wel belangrijk. ”

* . “AMEN.”

Onzinnig

Lopen we op onze laatste benen?
Kleinkinderen die moeten vluchten
vanwege klimaat. Misschien dat Groenland
nog wel z’n naam waarmaakt?
De zoute zee die binnendringt
ten minste waar rivieren nauwelijks
meer kunnen uitmonden?
Kleinkinderen die en masse het loodje
leggen? En een gemiddelde
levensspanne van zeg 40, 50 jaar?
Nog genoeg tijd van leven
om ons voort te planten
op resterende plekken
onder het juk van de sterksten?

Acht miljard, tien miljard of elf
miljard mensen die consumeren
voor tig keer zoveel als een eeuw of wat
geleden. Het kan niet op
behalve dat het wel kan

Gehavend zal de aarde wel doordraaien
Toch jammer wij mensen het moois verpesten
dat we óók creëren. En alleen aan ons
is het om zwarte bladzijden op te tekenen

Om van figuurlijk klimaat niet te spreken

[ Wat zou AI ervan zeggen? ]

Over het recht van de sterkste

Peinst eens te meer: misschien juist omdat er van nature helemaal geen rechten – en geen plichten, geen verantwoordelijkheid, geen goed, geen kwaad enz – bestaan, is het aan de mens om alles wat dat betreft te creëren en misschien geeft dat dan de meeste voldoening voor de meesten.

p.s.
Ook het recht van de sterkste bestaat niet. Het gegeven dat de sterksten onder omstandigheden zwakkeren te snel af zijn, opzij kunnen duwen, zowel letterlijk als figuurlijk, is gewoon niet meer dan dat, een feit wat je kunt waarnemen. Daarmee is er nog geen sprake van een van nature ingebakken recht van de sterkste – het verwarrende is dat je die toestand dat sterkeren zwakkeren opzij kunnen zetten, dat sterkeren er “met de buit” vandoor (kunnen) gaan, dat men dat weliswaar beschrijft onder de noemer van recht van de sterkste, maar iets zus of zo noemen of beschrijven, maakt nog niet dat het meer zou zijn dan een beschrijving van wat je kunt waarnemen. Maar “natuurlijk” doen mensen dus wel alsof dat waarnemen van hoe sterkeren zwakkeren kunnen overheersen betekent dat er wel van nature iets als een recht van de sterkste zou bestaan… (trouwens in het licht van evolutie heb je het bv. ook niet over het recht van een soort om te evolueren, en ook niet dat de sterkste soort overleeft en evolueert, maar over die soort die op een bepaald moment in de tijd het best is aangepast, of zich het best weet aan te passen, aan (gewijzigde) omstandigheden…. Maar dit terzijde.)

Verkeer(d) en straf inkomensafhankelijk

peinst en vraagt zich af: waarom verkeersboetes niet afhankelijk maken van je inkomen van de afgelopen maand? Bijvoorbeeld voor elke kilometer snelheidoverschrijding een procent van dat maandinkomen; dus bij 10 km. overschrijding 10% van je (afgelopen) maandinkomen, bij 20 km. dan 20% enz enz. En waarom trouwens niet álle boetes – voor wat dan ook – inkomensafhankelijk maken, zodat dan écht zo’n boete door iedereen ten minste enigszins even zwaar wordt gevoeld? Het is toch idioot dat iemand met een inkomen van netto bv. 1000 euro per maand even zwaar wordt beboet als iemand met 3000 of (veel) meer ? Laat staan als iemand bv iets verdient per maand, wat voor de meeste mensen (amper) een jaarinkomen is…. Wil je een even gelijke afschrikkende werking en/of leereffect van boetes – wat zijn mensen toch een kleuters eigenlijk in veel opzichten – dan slaat het toch nergens op, die boetes die helemaal niét afhangen van iemands inkomen.

Belastingen vs. Toeslagen en menselijke maat

Belastingen betekenen in eerste instantie dat geld van de burger – of bedrijf of welke belastingplichtige dan ook – naar de overheid gaat. (Dat je teruggave of kortingen kunt krijgen is dan vers twee).

Toeslagen zijn er dan weer in eerste instantie voor om te zorgen dat geld van de overheid naar de burger gaat.

In beide gevallen is men afhankelijk van de overheid

Bij belastingen ligt het belang op voldoende geld voor de overheid bij die overheid zelf en daar heeft de overheid zelf direct invloed op; die kan zelf bepalen hoe die dat (eigen)belang dient, hoe die dat inricht etc. Maar bij toeslagen kan de burger helemaal niet zelf bepalen hoe zijn/haar eigen belang wordt gediend, maar is afhankelijk wat dat betreft van dezelfde overheid die dat geld moet uitkeren áán die burger….

Bij Toeslagen zou, vanuit dat licht bezien, de overheid nog ’s des te meer “menselijke maat”, “meedenken met de burger” enz enz voorop moeten stellen. Méér dan bij het innen van belastingen denk ik zo.

Doet de werkelijkheid, de waarheid er nog wel toe?

Dit nav item op radio 1 over colorblindness, colorconsciousness en genderswapping in film(casting) [ kleurenblind, kleurenbewust en sekseomwisseling ].

Bijvoorbeeld tav. de vraag of films (of toneelstukken, of verhalen in welke zin dan ook) (historisch) accuraat moeten zijn, of verondersteld worden historisch accuraat te zijn. Ik zou dat nog breder trekken tot de vraag in hoeverre verhalen – als je pretendeert of wilt dat een verhaal klopt met werkelijkheid – ook qua mensen die figuren, personages verbeelden, dan accuraat zouden moeten zijn: wit is wit, zwart is zwart, een homo is een homo, een man een man, een vrouw een vrouw, een travestiet een travestiet (al is niemand natuurlijk ook maar één etiket ! en is soms het onderscheid tussen het één of het ander ook vloeiend).

Het punt is, wat mij betreft, dat bv. in het geval je pretendeert dat een stuk een historisch drama is en géén historisch fantasie drama, dat je dan ook tracht alles zo historisch accuraat mogelijk neer te zetten, inclusief dus uiterlijkheden van personages. Dan hoor ik het argument voorbijkomen dat weet ik niet hoe vaak (in het verleden, maar zelfs nu nog) verhalen vaak “witgewassen” zijn en “wit” worden neergezet, dwz. dat de verbeelde werkelijkheid zo wordt verdraaid dat vooral de witte mens (mannen, voordat het feminisme aan kracht won) zich er in kon/kan herkennen.

Maar als je die verdraaiing van de werkelijkheid verkeerd vindt, dan is het toch ook raar om dat dan als argument te gebruiken dat we nu dan die werkelijkheid best kunnen en mogen verdraaien door bv. kleurenblind casten of sekseneutraal casten.

Lees verder “Doet de werkelijkheid, de waarheid er nog wel toe?”

De blinddoek van vrouwe Justitia

Vrijdagoverpeinzing: gelijke gevallen gelijk behandelen. Strikt genomen, fundamenteel gezien, is geen enkel geval gelijk aan het andere. Zaken lijken, op het eerste en misschien wel zoveelste gezicht wel hefzelfde, maar zijn dat uiteindelijk niet. Het feit dat je zaken als zodanig van elkaar kunt onderscheiden, betekent al per definitie dat er verschillen zijn.

Bedoeld wordt met dat op zich prima uitgangspunt, dat gevallen die gelijk zijn voor zover de aanwezige verschillen er niet toe doen, dat die gelijk behandeld moeten worden. Daarmee komt dan meteen het toch complexe van zo’n eenvoudig rechtvaardigheidsbeginsel om de hoek kijken. Welke verschillen doen er toe en welke niet? Door voortschrijdende wetenschap, kennis, kunde en inzicht kunnen we tegenwoordig verschillen onderkennen, die vroeger helemaal niet werden gezien. Ook dat bepaalde verschillen aantoonbaar verschil maken, waar ook dat wederom vroeger helemaal niet onderkend werd, of zelfs niet onderkend kon worden.

Vanuit het oogpunt van genoegdoening voor diegenen die slachtoffer zijn van onrecht en/of ongeluk valt op zich dan wel te beargumenteren, dat veel meer nadruk wordt gelegd op de misdaad of overtreding zondermeer, zónder daarbij te betrekken hoe verschillend de achtergronden kunnen zijn van die misdaden of overtredingen, van het ervaren onrecht. Alleen dat punt dat gesproken kan worden van ‘ervaren onrecht’, ook dat maakt het meteen al weer subjectiever, complexer. Ook daarvoor geldt dat toename van kennis en begrip, mogelijkerwijs, in de loop van de tijd maatschappijbreed doorsijpelt op den duur en dat daarmee ook de noodzaak tot die mate van genoegdoening, zoals nu gangbaar is, ook dan minder wordt. Maar misschien is en blijft dat wel een utopie.