De blinddoek van vrouwe Justitia

Vrijdagoverpeinzing: gelijke gevallen gelijk behandelen. Strikt genomen, fundamenteel gezien, is geen enkel geval gelijk aan het andere. Zaken lijken, op het eerste en misschien wel zoveelste gezicht wel hefzelfde, maar zijn dat uiteindelijk niet. Het feit dat je zaken als zodanig van elkaar kunt onderscheiden, betekent al per definitie dat er verschillen zijn.

Bedoeld wordt met dat op zich prima uitgangspunt, dat gevallen die gelijk zijn voor zover de aanwezige verschillen er niet toe doen, dat die gelijk behandeld moeten worden. Daarmee komt dan meteen het toch complexe van zo’n eenvoudig rechtvaardigheidsbeginsel om de hoek kijken. Welke verschillen doen er toe en welke niet? Door voortschrijdende wetenschap, kennis, kunde en inzicht kunnen we tegenwoordig verschillen onderkennen, die vroeger helemaal niet werden gezien. Ook dat bepaalde verschillen aantoonbaar verschil maken, waar ook dat wederom vroeger helemaal niet onderkend werd, of zelfs niet onderkend kon worden.

Vanuit het oogpunt van genoegdoening voor diegenen die slachtoffer zijn van onrecht en/of ongeluk valt op zich dan wel te beargumenteren, dat veel meer nadruk wordt gelegd op de misdaad of overtreding zondermeer, zónder daarbij te betrekken hoe verschillend de achtergronden kunnen zijn van die misdaden of overtredingen, van het ervaren onrecht. Alleen dat punt dat gesproken kan worden van ‘ervaren onrecht’, ook dat maakt het meteen al weer subjectiever, complexer. Ook daarvoor geldt dat toename van kennis en begrip, mogelijkerwijs, in de loop van de tijd maatschappijbreed doorsijpelt op den duur en dat daarmee ook de noodzaak tot die mate van genoegdoening, zoals nu gangbaar is, ook dan minder wordt. Maar misschien is en blijft dat wel een utopie.

Autobiografische bespiegeling

Na de eerste klas Vrije School
– de Geert Groote te Amsterdam –
ging ik die nog een keer doen
maar op de openbare (Europaschool)
– 1975 / 1976, Buitenveldert –
en daarna was ik steeds
groter en wat sterker
al was ik nog een kind met kinderen
en deed een jaartje min of meer
er niet zo toe al hield ik mij
juist daardoor staande en groot
 
vanaf de tweede klas, de CNS, in Uithuizen
en het “gym”, het WLG, te Groningen
waar ik ben gebleven, die stad,
en blijven plakken; ik deed
een poging wijs te worden met filosofie
maar strandde in mijn hoofd
 
Ging noodgedwongen even weg
van dat denken aan dat al
en ik moest toch wat
wat ik nog durfde, “iets praktisch”
en voltooide als een wat oudgediende
dat HBO Milieukunde, aan het Van Hall
en liep stages:
bij het hoofdkantoor van De Heidemij (Arnhem)
(afdeling Milieu Effect Rapportage)
– stressen joh, die bazen! En leuk zo van de zijlijn –
en zo’n bodemonderzoeksburo te Kamerik
Het bleek geslaagd allemaal niet aan mij besteed
al die praktijk
 
En ik viel weer en mijn hoofd en moed
lieten niet veel meer toe
dan veilig praten met de medemens
met een lijntje ertussen
en dat borduurt voort.

Hoe klein geloof

peinst (pijnt):

Als god (of God, voor mijn part) zo groot is – of welke goddelijke, godgelijke dan ook -, waarom moeten mensen die volgens zijn (haar?) gelovigen dan (god)lasterlijke uitspraken doen, of zich zelfs gedragen tegen zijn/haar Wil, dan door zijn/haar gelovigen bestraft worden (tot verminking of zelfs de dood aan toe)?! Als die zondaars toch al naar de hel – zouden – gaan, waarom zou je je dan als gelovigen nog bemoeien met die goddelijke wil? (Zou men als gelovige toch niet écht geloven in die goddelijke straf??? )

Waarom neemt de gelovige zo’n aanstoot aan godslastering en godslasterlijk gedrag? Lees verder “Hoe klein geloof”

Opkomst en teloorgang van beschavingen

een beschaving die steeds complexer en steeds meer succes heeft – rijker, grotere bevolking, meer macht, meer kunde, meer kunst – die gaat op termijn aan z’n eigen succes ten onder (door de toegenomen complexiteit en te weinig vermogen om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden(?) ).

Vroeguh omspanden beschavingen slechts (kleinere) gedeelten van de wereld, van de aarde. In de huidige tijd zou je kunnen zeggen, ondanks alle verschillende smaken, dat er niet veel meer is dan één beschaving die onderhand de hele aarde omspant, met haar technologie, wetenschap en consumentisme. Tja, buiten de aarde zelf is er niet echt meer een andere – naar het zich laat aanzien – ruimte van waaruit een andere beschaving kan opbloeien. Als er al iets van een nieuwe beschaving ontstaat, dan kan dat niet anders dan op en in de plaats van de huidige; laten we hopen dat de puinhopen niet te groot worden.

Toeslagen: check, pas aan en door… Dan komt het vast wel goed?

Niemand kan in de toekomst kijken, ook, zelfs, de belastingdienst niet of die andere afdeling, dienst Toeslagen.

Als een toeslag eenmaal loopt, dan wordt steeds één maand vooruit betaald: rond de 20ste v.d. maand krijg je dan de toeslag voor (of tm.) de maand erop.

Als je een wijziging doorgeeft, bijvoorbeeld een inkomenswijziging, dan gebeurt de verwerking van zo’n wijziging binnen 5 weken, en dus zeker niet meteen. In praktijk betekent dat vaak: de ene maand geef je een wijziging door, de volgende maand is het verwerkt. (Soms: als je aan het begin v.d. maand iets doorgeeft dan is het nog net op tijd om in de maand zelf verwerkt te hebben).

Okay, dan heb je dus die toeslagencampagne: check (je inkomen), pas aan en door; zo krijg je nooit te veel of te weinig. Zo wordt gesteld, hoor ik voorbij komen. https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/check-pas-aan-en-door/check-pas-aan-en-door

!!!
Met name als je inkomen stijgt, dan moet je oppassen met Toeslagen. Vuistregel is: hoger (jaar)inkomen, minder toeslag. Dus laat je (te lang) je (geschatte jaar)inkomen te laag staan, dan loop je een groter risico dat je later meer of minder moet terug betalen…. !!!

Leuk, maar jammer dat er wel wat op valt af te dingen, op die stelling van die campagne, en dat er kanttekeningen bij geplaatst kunnen worden: Lees verder “Toeslagen: check, pas aan en door… Dan komt het vast wel goed?”

Belastingen versus Toeslagen

Belasting gaat er in de eerste plaats om dat de overheid geld binnen haalt. Dat belastingplichtigen – burgers, bedrijven, ondernemers – kortingen en/of teruggaves kunnen krijgen, dat is vers twee. De hoofdsom van het geld bij belasting is richting de overheid (die het natuurlijk wel weer moet inzetten voor ons aller belang, maar dat tussen haakjes).

Toeslagen – huurtoeslag, zorgtoeslag, kindertoeslag en kinderopvangtoeslag – zijn er in de eerste plaats om geld vanuit de overheid aan burgers te verstrekken – onder voorwaarden weliswaar, maar toch. De hoofdzaak van toeslagen is een gelstroom vanuit de overheid naar de burger, zodat die burger (goed of beter) rond kan komen. Lees verder “Belastingen versus Toeslagen”

Mensemensen! Wat nou mensen- en dierenrechten?

Een facebookoverpeinzing

[pas op : ochtendoverpeinzing ! ]
sliep uit en viel in ’t laatste stukje Vroege Vogels op radio 1, iets over proefdieren, proefdiervrij, rechten van dieren. En dat zo langzamerhand toch wel steeds meer het denken op dit vlak verandert en dat mensen niet boven dieren staan. (En dat over een paar jaar de norm wordt om dierproefvrij te werken, als uitgangspunt. )

Maar waarom zouden (bepaalde?alle?) (zoog?)diersoorten gelijkwaardig aan de mens zijn? En zijn (zoog)dieren dan ook gelijkwaardig aan planten? Waar – en waarom! – onderscheid je grenzen, en welke dan, tussen organismen, tussen diersoorten? Lees verder “Mensemensen! Wat nou mensen- en dierenrechten?”