Veel wol
Van ‘Veel geblaat, maar weinig wol’ naar tegenwoordig ‘Weinig wol, maar veel gesponnen’
Handbereik
Uit alle hoeken en gaten
komt de wereld tot ons
moderne mensen
zelfs alle uithoeken van de wereld
als we er al niet zelf heen gaan
De aarde is nog even groot
als in de stoomtijd, als in de ijzertijd
en de tijd van koper
en de tijden van daarvoor
van weleer
De wereld echter, de onze
is te klein geworden, om te behappen
De wereld:
ik wil die weer de mijne maken
dat ik het overzie
misschien schep ik wel mijn eigen
of laat ik alles voor wat het is
tot het over de drempel klotst
Dan zien we wel weer verder.
Sekseneutraaltaal
Die gender- ofwel geslachtsidentiteit en -inclusiviteit. Eerlijk: soms erger ik me , of verbaas ik me, en vraag ik me af of men soms niet het verschil tussen de betekenissen van de begrippen ‘gelijk’ en ‘gelijkwaardig’ wel voldoende onderscheidt.
Vanuit enkel het biologische en perspectief van – geslachtelijke – voortplanting is de norm – nou ja, beter gezegd: een natuurlijk gegeven – dat voor het voortbestaan van een soort die afhankelijk is van geslachtelijke voortplanting er toch, met het oog op het voortbestaan van die soort, voor het overgrote deel van de individuen sprake is en moet zijn van vruchtbare mannetjes en vrouwtjes en dat die het ook nog ’s voor de meerderheid met elkaar willen doen, zogezegd.
Dat neemt niet weg, dat, zoals overigens ook bij andere dieren, er allerlei minder voorkomende uitingen dan wel afwijkingen van die “norm” (datgene wat het meeste voorkomt) voorkomen. Het zou me niet verbazen als ook die – steeds maar weer voorkomende en optredende – afwijkingen van het meest voorkomende 贸贸k een functie blijken te hebben 贸f ten minste niet het voortbestaan van de soort in de weg zitten (anders deden middels evolutie die afwijkingen van de norm zich al niet meer voor).
De menselijke soort is denk ik de enige soort – tot nog toe – die in de loop van zijn geschiedenis meer en meer in staat is tot reflectie en tot cultuur, tot reflectie op en rekening houden met hoe de mensen zich zelf verhouden tot elkaar en tot de rest van de natuur en de wereld. En daarmee tot een cultuur, die althans tot op zekere hoogte in zich heeft dat de mens m茅茅r dan andere organismen (ooit) in staat is om zelf z’n voortbestaan (of teloorgang) te bepalen. Op dat vlak van cultuur kan de mens dus ook zelf m茅茅r rekening houden met alle grijstinten die er zijn als het gaat om geslacht en geslachtelijke identiteit, dat het ook niet altijd om 贸f dit 贸f dat geslacht of voorkeur gaat.
Met dat feit van grijstinten kunnen we wellicht ook in de taal rekening mee houden, bv. . Tegelijkertijd zou, wat mij betreft, de taal nooit moet verbloemen dat er verschillen zijn die algemeen voorkomend zijn, zoals tussen mannen en vrouwen; verschillen in taalgebruik zou je kunnen, of moeten, maken, waar die verschillen ter zake doen. Anderzijds kun je, waar dat verschil in geslacht, waar onderscheid naar geslacht 眉berhaupt niet echt toegevoegde waarde heeft, inderdaad ook “sekseneutrale” woorden bezigen. Maar of dat dan op elk moment moet, tav. elke individu afzonderlijk, dat je in je taalgebruik rekening moet houden met elk individu afzonderlij en diens evt. gevoeligheid tav. geslacht/identiteitsaanduiding?
Toekomstverwachting
Wat er ook is, de toekomst is er niet. Alleen een verwachting of een hoop op, of idee van een (bepaalde) toekomt De toekomst is dus ook niet onzeker – wat er niet is, kan ook niet onzeker zijn. Wat onzeker is, is de verwachting van een toekomst, het idee, de hoop.
Die onzekerheid, waar men het wel ’s over heeft, alsof het van de toekomst zelf is, die ligt dus in de eerste plaats bij ons zelf. Misschien dat we dan ook zelf iets met die onzekerheid, met onze verwachtingen kunnen (doen), in plaats van de passieve houding die gepaard kan gaan met die zogenaamde, zogenoemde, onzekere toekomst. Hetzelfde geldt natuurlijk evenzeer voor die zogenaamde “zekere toekomst”… 馃榾聽 #goedenavond
Als je opnieuw kon beginnen en vrije wil
Denk je echt, dat je ook maar iets anders zou kunnen doen dan je deed, als je opnieuw geboren zou worden, maar dan ook echt, met exact dezelfde genen en omstandigheden?
Als je een beetje geestelijk gezond bent, dan leef je in de veronderstelling, met ’t gevoel, dat je wel anders had kunnen doen, anders had kunnen beslissen, kiezen, soms, of vaak; dat is voor je geestelijk welbevinden wel zo gezond. Maar of ’t waar is? Dat valt te bezien. Of niet. Misschien is de veronderstelling dat je die vraag van wel of geen (of een beetje) vrije wil als zodanig zinvol kan stellen, zelf wel een vraag die in werkelijkheid berust op een valse aanname over die werkelijkheid (namelijk een werklijkheid van te onderscheiden dingen, zaken, organismen, die al dan niet over een eigen vrije wil beschikken, terwijl er in werklijkheid wellicht helemaal geen te onderscheiden zaken, dingen zijn.)聽 Hoe dan ook kunnen we niet leven z贸nder uit te gaan van, te leven in,聽 het besef van vrije wil. Geen ontkomen aan. Net zomin als een spiegelbeeld – in een soort (wrede) vorm van werkelijkheid opgezadeld met zelfreflectie –聽 het beeld zelf kan zijn, maar het altijd zal moeten doen met het besef dat het een spiegelbeeld is en niet het beeld zelf. #trust
p.s.
Als je opnieuw kon beginnen, als je het over kon doen (je zou alles overnieuw doen).

Reken op of uit, of niet
Wie echt iets wil zeggen, die zou eigenlijk echt uitgezocht moeten hebben, wat dat op zich al vooronderstelt. Of zich stilzwijgend neerleggen bij de realiteit zoals die zich ervaren laat, zonder enig benul van de aard van het beestje en wat al dan niet.
Gelukkig zitten we – alleen al het idee dat je van (onderscheiden) dingen kunt spreken – in een realiteit (zoals die zich aan ons voordoet) waaraan geen ontsnappen mogelijk is, al is die nog zo ogenschijnlijk. Om onze ervaren realiteit te verklaren, moeten we zelfs onze toevlucht nemen tot elkaar uitsluitende begrippen als golf en deeltje, moeten we termen gebruiken als begin van de tijd en materie of zo. Met een symbool voor oneindig kunnen we rekenen. Maar waarmee we kunnen rekenen om de gang van zaken te verklaren hier en nu, zegt nog steeds niet hoe we onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, tussen zin en zinloos.
Beschavingen, schaalgrootte en verval
In de herhaling: de geschiedenis van de mens is de geschiedenis van toenemende schaalvergroting
E茅n van de tekenen dat een beschaving op z’n eind loopt: waar rechtspraak gaat boven rechtvaardigheid, uitzonderingen niet meer de regel mogen bevestigen, waar voor alles een regel wordt bedacht (of dat men dat althans probeert). Met als gevolg dat meer en meer mensen bezig zijn met die regels, in plaats van voor het welzijn van de samenleving.
Een ander teken is natuurlijk uitputting – overschrijding – van de natuurlijke hulpbronnen, en grenzen, dat dan uiteindelijk hard terug slaat op die beschaving zelf.
Nou zitten we eigenlijk onderhand wereldwijd met wat je “westerse” beschaving zou kunnen noemen, of de technogische, of de consumptieve of de combinatie daarvan. Waar vroeger een beschaving toch wat beperkt bleef tot een (klein) deel van de aarde, omspant de huidige consumptief technologische (de “westerse”) de hele aarde, houdt de hele aarde in zijn greep. (terzijde: de olympische spelen zijn in alle opzichten westers, met alle vlagvertoon, de vlam, de competies, de zogenaamde verbroedering, de muziek, de beelden – niet dat het niet mooi is hoor) Was het vroeger dan ook niet zo erg – voor de aarde en al z’n bewoners iha en de mens ihb – als een beschaving het onderspit delfde, weer in de marge geraakte, dan betekent de teloorgang van de huidige beschaving dat wereldwijd alles en iedereen in de marge geraakt; vul zelf maar in wat die marge inhoudt…
Verschil maken
Zovelen zijn rotzakken, zovelen juist niet.
Zovelen weten het zeker van een ander
zien zichzelf niet in de verfoeide mens
al is iedereen nog zo gelijk,
ook nog eens gelijkwaardig
bij de kleine wezenlijke verschillen
Alleen goedpraten, vergeven
altijd en maar alles en iedereen
raakt ook weer kant noch wal
Het blijft schipperen met ons mensen
met de genoegdoening en de hoop
dat men leert hoe vreedzaam voort te gaan
en menselijk te blijven, menselijk
zoals je zou willen dat menselijk zou zijn.
Extra vrijheid van meningsuiting voor politici?
Begreep zojuist dat op grond van 19e eeuwse wetgeving politici in de Kamer een haast onbeperkte vrijheid van meningsuiting hebben. Terecht merkte iemand met intellect op, dat de huidige politiek zich juist vooral afspeelt buiten de Kamer. Nou denk ik dat ook toen al veel politiek buiten de Kamer(s) werd bedisseld, maar natuurlijk, sinds de 19e eeuw speelt nieuws en communicatie op veel grotere schaal en is veel sneller.
Maar zelf vind ik dat politici weliswaar dezelfde vrijheid van meningsuiting zouden moeten hebben, zowel binnen als buiten buiten de Kamer(s), maar dan wel met 茅茅n wezenlijke beperking: alleen voor zover men rechtstreeks communiceert met andere politici – wel bij voorkeur en plein public -, in situaties dus waarbij politici echt rechtstreeks op elkaar kunnen reageren als men elkaar aanspreekt ( en daar valt dus communicatie via krant, twitter, het tv-scherm, blogs, joetjoep en social media n脥et onder – bij die media is het niet noodzakelijkerwijs het geval dat een andere politicus het meteen (!) onder ogen krijgt of hoort )
Vanzelfsprekend hebben en houden politici vervolgens natuurlijk overal dezelfde mate van vrijheid van meningsuiting als ieder andere burger. Maar die extra vrijheid als politicus… : het lijkt me goed, dat d谩t beperkt blijft tot, zeg, contact tussen politici onderling. En d谩t kan natuurlijk best in de volle openbaarheid voor het voetlicht gebracht worden; hoe meer debat, hoe beter.

