Op hoge poten
met borstkas vooruit
en een wasbord
biceps flink gezwollen
ben ik ’t mannetje
De vrouwkes
er wel pap van lusten
Toch word ik nog rechts ingehaald
door ’t zwakke geslacht.

Foto's en andere waar
Op hoge poten
met borstkas vooruit
en een wasbord
biceps flink gezwollen
ben ik ’t mannetje
De vrouwkes
er wel pap van lusten
Toch word ik nog rechts ingehaald
door ’t zwakke geslacht.
Tikt de klok, zo was ’t vroeger
nu slechts de cijfers
stilzwijgend verspringen
Mogen we ons in een tijd verblijden
die verder van ons af staat
Hoe haastig we ook van moment
tot moment in een oogwenk springen
de bezigheden zich om elkaar verdringen
Amper tijd voor een serieuze kus
een ontmoeten buiten de agenda om.
Nagenoeg onttrekt zich aan mijn zicht
het leven dat zich buiten afspeelt
Laat mij maar even gaan dromen
van alleen een zomerbries
van alleen op het strand
het geluid van de golven
de roep van een meeuw
mij veilig weten voor het gewoel
van zo verre nabije plaatsen
waar men leeft
naar wat de zon ons biedt.
Laat mij maar even gaan dromen
van een terras en koel wit bier
van mensen die met plezier
voorbij komen, aanzitten, geanimeerd
praten, lachen en waar verdriet
verlicht wordt door de warmte
van muziek in de straten
en ontblote schouders, huid
nog een keer door de zon gekust.
In mijn hart leeft een verlangen
dat met elke hartslag door mijn lijf gaat
In mijn hart leeft een verlangen
dat mijn hele leven meegaat
Ben ik bang dat mijn hart er aan bezwijkt
als ik het vrij laat stromen.
Vallend blad vereenzelvigt zich
met zijn spiegelbeeld in het water
van de boom naar de bodem
van blad tot prut
rest een boom
met loodzwaar silhouet
waaraan ik mij optil
de hele winter door.
Tussen de lakens ligt het geheim
van ons tweeën
waar geen gebaar, geen streling
aan vermag te raken
wat geen woord, geen tong
vermag te openbaren
als ik om jouw hart dans
jij om de mijne
alle vragen vervagen
we elkaar een antwoord zijn
onuitgesproken met een kus.
Voert het abnormale zeer
de boventoon, het dier
onverwacht uithaalt
weg kruipt in een hoek
lacht om niets
een hand legt op je schouder
je lachen laat
meestal door het leven gaat
gelijk jij en ik gewoon zijn.
Als je in de spiegel kijkt
voorbij het alledaagse
van de slaap in je ogen
de kleur van je gezicht
of je haar wel goed zit
de gladheid van het jeugdige elan
de lijnen van een voortschrijdend leven
Het beeld blijft stom
en zegt niets meer
dan je ook ziet met ogen dicht.
Als ik ga, laat mij dan gaan
met liefde in mijn hart
zonder enig oud zeer
tevreden met alle vragen
waarop ik nooit een antwoord kreeg.
Mijn kind, mijn lief
daar lig je zomaar in de wereld
in een wereld die langs je heen gaat
haar nukken en grillen nooit ver weg
op een vingerbreedte afstand slechts
ben ik bij je
zie ik je ademen
jouw gesloten ogen
elke avond, nacht geef je je over
aan zoveel meer dan slaap alleen
Hoe kan ik anders
dan dat beschamen
Hoe kan ik anders
dat te eren
de boze buitenwereld weren
de schoonheid delen met z’n twee.