Drijfhout

Op de golven laat ik me gaan
de zee in mijn ogen spoelt
mijn tranen weg
de deining de pijn van binnen
gedachten vliegen alle kanten op
om te verstillen in het donker

In de verte wacht de branding
achter de branding wacht de kust
aan de kust wacht jij
jou wacht een kus
mij mijn verlangen.

 
 
 

Zoet houden

In de morgen bij het ontwaken
als ik alleen ben en toch ook weer niet
met een hele wereld aan mensen
onder handbereik

Er zijn er die nabij zijn
en ook nog dichtbij
Er zijn er die nabij zijn
maar onbekend veraf

Als ik van jou hou
dan bemin ik ook
die anderen, de wereld
die ik nooit kende, nooit
ontmoeten zal.

Als jij nu zo ook doet?

 
 
 

Bloesemend

Ik zou je wel nabij willen zijn
eerlijk, met open armen
met meer dan mijn lichaam alleen
als we ons openhartig gaven

zoals een bloem zich richt
naar het licht en zich ontvouwt
ze voor bevruchting open staat
hoezeer van voorbijgaande aard

ook, zij het teer, fijn, uitbundig
groot in kleur, loos van geur
dronk ik de nectar van het leven
uit het warmste van je schoot.

 
 
 

Lichtval

Als het licht valt
van de morgen, van de avond
of zomaar tussendoor
Als het je raakt
Als het in de gaten loopt
Als het je in het oog springt

Dan weerlicht het in je ogen
weerspiegelt het in je gebaren
hoor ik het in jouw woorden terug

Gevangen in licht
ontsnapt aan het donker.

 
 
 

Zinsnede

De geest brandt nog van verlangen
het niet af te laten weten, deze dag
duurde eindeloos, maar toch te kort,
altoos te kort de dag, de nacht
vermag in vrijen nog wel langer duren
ik jou met mijn dijen omklemmen zou
zo hevig korttijds aan de tijd ontsnapt
mijn zinnen er bij verbleken.

 
 
 

Onverdeeld genoegen

Mijn stem verwoordt
de gedachten die in mij
te binnen schieten, mijn vingers
schrijven niet anders

Het leven onttrekt zich aan mijn zicht
alleen zie ik mijzelf en mijzelf in jou
worstelen om door te gaan
tot je laatste dag

In de tussentijd is er het delen
de herkenning van wat ogenschijnlijk
gemeenschappelijk, het scheelt
dat men niet de enige is.

 
 
 

Zoute zee, zoute golven

Als een golf komt zij aan
uit het diepe rijst zij op
onweerstaanbaar spat zij
uiteen in regenboogkleuren
en schuimt ze het strand af
hult ze zich in nevels
laat ze zich weer vallen
en weer terugvloeien en
als een golf komt zij aan.

 
 
 

Hele bergen zand

De rivieren en de zee, het zand
waar ik me op vertreed,
voerden zij mee
bergen van ooit
waar ik me nu op neervlij
vallen mijn gedachten stil

De kinderen in de weer
kastelen, waterwerken bouwen
schelpenschatten zoeken aan het strand
mensen vinden er hun vertier

Zo heet van de zon
laat het de lucht erboven trillen
Ik drink het in
de besneeuwde toppen van weleer.

 
 
 

Aanwezig

Maar jij bent er nog
en je gaat door; mocht je
buigen, je verheft je
boven teneergeslagenheid, uit
het oog houd je voor ogen
wat je voor de voeten komt
heel de wereld is te groot
te klein om jou te vatten; ik
zie maar een kleinigheid
zie alleen van ver
wat je vermag
is genoeg
lief.

 
 
 

Helden zonder huisjes

Geluidloos op vochtige dagen, plots
zijn ze daar weer op de paden
waar menige splash een einde maakt
aan hun stille tocht naar meer
meer eten en meer nageslacht
tracht ik ze wel te ontwijken
soms is er geen ontkomen aan
al te naakt en weerloos
ze door het leven gaan.