De schemering zij geprezen

Naar buiten bleek het licht
zo tegen de schemering
– maar ik kon nog goed zien
waar ik heen ging –
onder een lichtgrijze in windstille
lucht die de paden, de bomen
en alles zo maar
deed oplichten in een zacht oranje-roze
dat zich anderzijds niet laat beschrijven
maar mijn gemoed zich aan kon laven

voordat alras het donker de overhand
nam en ik bepakt en bezakt van de dag
huiswaarts keerde
waar niets anders mij wacht
dan mijn gemak.

Zo gewonnen, zo geronnen

O, mijn god
ik heb zoveel
niet gezien, niet ervaren
een hele wereld
al keek ik mijn ogen uit
al gaf ik gehoor aan de roep
dat de wereld aan mijn voeten ligt
en zelfs al deed ik verantwoord
de wereld aan en reisde ik aldus

op mijn sterfbed, met mijn laatste
ademtochten heb ik niet meer
dan één plek en met wat naasten
zeg ik gedag
en laat de wereld
en wie al niet.

Wie niet weg is, is gezien

De zee is nooit ver
des te meer niet
als je met de lichtsnelheid
– al is het in gedachten –
naar de kust gaat
waar de horizon bestaat
uit water en lucht
waar je nietig staat
waar de branding stuk slaat
waar in de wolkenloze nacht
eens te meer
waar klein en groot
tot niets verbleken
in dat al.

Onzinnig

Lopen we op onze laatste benen?
Kleinkinderen die moeten vluchten
vanwege klimaat. Misschien dat Groenland
nog wel z’n naam waarmaakt?
De zoute zee die binnendringt
ten minste waar rivieren nauwelijks
meer kunnen uitmonden?
Kleinkinderen die en masse het loodje
leggen? En een gemiddelde
levensspanne van zeg 40, 50 jaar?
Nog genoeg tijd van leven
om ons voort te planten
op resterende plekken
onder het juk van de sterksten?

Acht miljard, tien miljard of elf
miljard mensen die consumeren
voor tig keer zoveel als een eeuw of wat
geleden. Het kan niet op
behalve dat het wel kan

Gehavend zal de aarde wel doordraaien
Toch jammer wij mensen het moois verpesten
dat we óók creëren. En alleen aan ons
is het om zwarte bladzijden op te tekenen

Om van figuurlijk klimaat niet te spreken

[ Wat zou AI ervan zeggen? ]

Dubbel

Het was me
een tijdje wel, terwijl
ik tegelijk ook wel weg
wilde zijn, al verheugde
mijn hart zich en kromp
ineen van nee en zette uit
van ja, door het teveel
dat tegelijk te weinig was

Over het recht van de sterkste

Peinst eens te meer: misschien juist omdat er van nature helemaal geen rechten – en geen plichten, geen verantwoordelijkheid, geen goed, geen kwaad enz – bestaan, is het aan de mens om alles wat dat betreft te creëren en misschien geeft dat dan de meeste voldoening voor de meesten.

p.s.
Ook het recht van de sterkste bestaat niet. Het gegeven dat de sterksten onder omstandigheden zwakkeren te snel af zijn, opzij kunnen duwen, zowel letterlijk als figuurlijk, is gewoon niet meer dan dat, een feit wat je kunt waarnemen. Daarmee is er nog geen sprake van een van nature ingebakken recht van de sterkste – het verwarrende is dat je die toestand dat sterkeren zwakkeren opzij kunnen zetten, dat sterkeren er “met de buit” vandoor (kunnen) gaan, dat men dat weliswaar beschrijft onder de noemer van recht van de sterkste, maar iets zus of zo noemen of beschrijven, maakt nog niet dat het meer zou zijn dan een beschrijving van wat je kunt waarnemen. Maar “natuurlijk” doen mensen dus wel alsof dat waarnemen van hoe sterkeren zwakkeren kunnen overheersen betekent dat er wel van nature iets als een recht van de sterkste zou bestaan… (trouwens in het licht van evolutie heb je het bv. ook niet over het recht van een soort om te evolueren, en ook niet dat de sterkste soort overleeft en evolueert, maar over die soort die op een bepaald moment in de tijd het best is aangepast, of zich het best weet aan te passen, aan (gewijzigde) omstandigheden…. Maar dit terzijde.)

Dat seizoen

Het blad viel, een vlinder
voor even in mijn ogen
en even verder raakt mijn blik
de late bloem en vliegt de vlinder op
voor de kou aan
in het al langere zonlicht
van allengs kortere duur
en ik heb geen idee meer:
ben ik nu een vlinder of een blad?

Misschien, als ik jou kus
maakt het allemaal niet uit.

Schuimmarcheerders

Voorbij het helmgras
lopen we over het strand
misschien wel vol scherpe schelpen
naar de branding, niet blootvoets
waar de zee uitvloeit
op dat met water verzadigd zand
– en kan ons het schelen –
trekken we uit wat ons nog rest
en laven ons.