Wat voor leven leiden je borsten
en dergelijke
zo in het wild
in bikini, ontbloot of onder een boerka verstopt
en waar ben jij dan onderwijl?
–

Foto's en andere waar
Wat voor leven leiden je borsten
en dergelijke
zo in het wild
in bikini, ontbloot of onder een boerka verstopt
en waar ben jij dan onderwijl?
–
Die roze olifant, die met tanden
en kleine oogjes en zolen
om niet te zeggen zo rond en groot en plat
laat ik achter me
en ook jij moet niet denken
dat ie niet op je zit als een Ganesha
alle vredelievende bedoelingen ten spijt
en het juichend getrompetter
terwijl er niets is om te huilen.
–
In het verschiet ligt de warmte
waar blote voeten over strelend gras
en ik op mijn rug gelegen
hoop de vogels te horen, het gonzen
van de klein gevleugelden
en dat het water zacht kabbelt
en misschien, misschien wel niet alleen.
–
Achter mij ligt wat eerder
nog voor mij lag, waar
ik geen weet van had
maar had kunnen vermoeden
met enige mate van waarschijnlijkheid.
Hoewel anderzijds uit onverwachte hoek
zich altijd iets onwaarschijnlijks kan voordoen.
–
Voor het lichaam ja. Mijn hoofd
in de eerste plaats en dan helemaal
tot aan mijn tenen. Maar zelf
ben ik dan even van deze wereld.
–
Het duurde maar. En duurde. Gelegen
op mijn rug wachtte ik af
met één been rechtuit, het rechter andere
opgetrokken met de voet tot aan mijn knie,
totdat het haar, de poes, behaagde
de ontstane holte prijs te geven
Ik koesterde mij in de warmte
en dat er geen beginnen aan was.
–
In de nacht ben ik nergens
Maar ik was liever nergens
in jouw armen, tegen je aan
het van te voren weten
dat we in de ochtend tesaam
zouden ontwaken in de warmte
van onze lijven en meer.
–
Zolang het gras het niet laat afweten
zolang het groen
zich aan ons voordoet
Zolang de lucht niet dicht slibt
een regenboog bij tijd wijle
ons doet dromen over goud
Het water niet verstomt tot ijs dan wel
ons naar lucht doet happen
Een duif vliegt wel naar veilige oorden
Mieren: daar zijn er wel zoveel van
Bij een flinke komeet rest slechts het heelal.
–
Ik wou dat ik woorden had
die ik zomaar uit mijn mouw
kon schudden en die plotsklaps
tovergewijs je hart verwarmden.
–
Wil je niet vergeten?
Wat blijft er achter
om op te kauwen
wat smaakt naar meer
naar het verleden
of meer ook van zoveel
dat achter de horizon blijft?
–