De golf breekt

De golf breekt
Ook ik was gebroken
Het talloze breken
tilde mij op. Ik durfde
de bodem los te laten
en voorover te vallen
over de top, door het dal
Het ruime sop, de ruimte
nodigde me uit
voorbij te gaan aan vaste grond.

 
 
 

Aan de rand

Aan de rand van het veld, van het bos
de herfst laat zich zien, de zomer
zie ik ook nog in het groen
dat hier en daar nog oplicht

Sta jij buiten alle seizoenen
ben jij alle kleuren
warm, zo ijl, voorbij
de warmte van de zon

Daar kan niets aan tippen.

 
 
 

Vanuit stilstand

Zwaar en wit neemt hij een aanloop over water
het duurt even, best wel lang, dat gespetter
dan hoor ik het fluitende suizen van zijn vleugels
tegen de zwaarte in, in gestrekte vlucht
langs mij heen en uit mijn zicht.

 
 
 

Zeelucht

Als de branding oplicht
we in het donker langs de vloedlijn lopen
is zwijgen ons natuurlijk deel
zo samen waren we nog niet.

 
 
 

Strandschat

Leeg op strand
op het lege strand
alleen de wind jaagt het zand
en legt bloot en bedelft
het eertijds geharnaste leven
een enkeling geraapt
vindt de weg naar een hart.

 
 
 

Koelte

Zal ik spreken
over de haartjes op je huid
en als ik je met mijn adem streel
wat ik eerst bevochtigde met mijn tong
het kippenvel
smelt weg onder de warmte van ons samenzijn.

 
 
 

Op de drempel

Een paar woorden nog, een melodietje
zij spreken, je luistert
je hoort het leven
dat voorbij is, dat
dat over de rand gaat, dat
dat je meevoert
naar die tijd, die tijd
dat je ongedwongen kon
losgaan en liefhebben, dat
de stroming je uitnodigde
om je te werpen in haar golven
zo vol leven
dat de blauwe plekken alleen maar dat zijn
blauwe plekken, niet meer dan dat
en je aanzetten nog verder te gaan
terwijl de zon niet anders kan
dan schitteren op het water.

 
 
 

Ontmoetingsplek

Weerspiegeling in het verborgene
windstil wacht ze daar
weerkaatst ze in stilte
wat al eeuwen staat
in het donker van het bos
likt het mos aan haar oevers
dan valt een woudreus
en trekt dag in dag uit de lucht voorbij
geef ik je mijn hand.

 
 
 

Ontmoetingsplek

Weerspiegeling in het verborgene
windstil wacht ze daar
weerkaatst ze in stilte
wat al eeuwen staat
in het donker van het bos
likt het mos aan haar oevers
dan valt een woudreus
en trekt dag in dag uit de lucht voorbij
geef ik je mijn hand.