Muziek en passant

En we hoeven niet over gebaande paden
en zelfs niet over de zandweg, noch
noch hoeven we over te steken
waar anderen ons voorgingen
betreden we het onbetreden land
waar rivieren ons niet ophouden
al moeten we naar de bron
dat ook onze lichamen weten
dat we afgestemd zijn op elkaar
een slotakkoord, een opmaat voor later.

 
 
 

Kus, geslagen door de maan

Als de avond valt, volle maan
de gordijnen open
en je huid bleek oplicht
kan ik niet anders dan je bedekken
met mijn lichaam, gevangen, bevangen
in de weerkaatsing van de zon
verhit, bij zinnen, maken we ons één
de sterren nog eens
zo ver weg.

 
 
 

Te klein om fijn te zijn

Stekelbaarjses, van die vissies
die we in de grote viijver zagen
minachtten, want voorns, voorntjes
waren je-van-het
ze konden zich gelukkig prijzen
bij de kortizichtigheid van ons
de jongetjes van weleer.

 
 
 

Vleugelslag

Plas en dras, een libelle, nee meer
dan één. Ze scheren voorbij
en zo klein, zo groot, met vleugelslagen
en niet te volgen zwenkingen
ik laat ze maar graag
hun capriolen, hoe ze
de bocht uit vliegen.

 
 
 

Trip

Het slibt aan
wat je zoal voor de voeten komt
soms is vaste grond wel ver te zoeken
ik zeef het slijk
en het leven gedijt er op.

 
 
 

Veldweg

Een roos, een geel hart en dauwdruppels op het roze
Ik denk aan jou
Een zonnebloem die groots oprijst
Ik denk aan jou
Een waterval van wit, de bereklauw die licht vangt
Ik denk aan jou, aan jou
waarbij de bloemen verbleken, verschieten van kleur.

 
 
 

Lava

Op de bodem
van de zee, daar
ligt een schat en licht
op en voor het grijpen
als we samen duiken
tot in het onbekende zwart
en we lucht zoeken bij ekaar.

 
 
 

Over en weer

Ik wel het wel luchtig houden
maar dan is het opeens zo helder
dat ik je van ver kan zien

Ik wil wel mijn hoofd te ruste leggen
op de aarde, maar die maakt me zo zwaar
dat ik zomaar wegdroom naar jou

Ik wil wel verkoeling zoeken in het nat
maar het water omarmt me
bij lange na niet zoals jij me vasthoudt.

 
 
 

Wisselvallig

Bladeren wervelen over straat
een enkeling, zo van de boom
geeft me een draai om mijn oren
ga ik onder de grijze lucht verloren
torn ik op tegen het herfstverraad.