Soms speelt het licht je parten
en weet je niet meer
kan je niet anders meer
dan het door je heen laten gaan
of te weerkaatsen
in jouw eigen kleuren gebroken.
–
Soms speelt het licht je parten
en weet je niet meer
kan je niet anders meer
dan het door je heen laten gaan
of te weerkaatsen
in jouw eigen kleuren gebroken.
–
De avond mag geen einde hebben
ik fluister je naam
en de nacht duurt voort
je fluistert mijn naam
en dan weten we niets meer
dan dat we insliepen met rust in ons hart
dat we werden geraakt, blootgelegd
dat we alles konden laten zien
dat we alles konden voelen
en er geen één meer was.
–
Zo’n troep meeuwen op het strand
en dat je die nadert en ze kijken je aan
en dat dan niet eerst één weg vliegt
en dat dan de rest volgt bij jouw naderen
Nee, dat ze zich naar je toekeren
en je dan opeens allemaal
in de gaten hebben, zo zie je
en je aarzelt en ze lopen op je af
en je voelt al het pikken van hun snavels.
–
Op een dag als vandaag
zie ik er geen kwaad in; de zee
vloeit gladjes uit op de kust, de branding
wiegt mij, ik laat mij drijven
dan strek ik mij uit
en graaf met mijn tenen in het zand
alleen met de zon
met het strandvertier op de achtergrond
ben jij aanwezig in de verte
droom ik weg.
–
Het tikt zacht tegen de ramen, een roodborstje
is het niet in deze hoogtijdagen van de herfst
zal het wel weer hagel zijn wat ik me afvraag
want ik zie noch voel het
binnen gezeten en beschut
tegen de elementen in het donker.
Wil ik wel
dat je naast me bent
op de bank, op het kleed
onder de zon in het gras
en water om ons af te koelen
Ja, dat wil ik wel
Maar in een jawoord heb ik geen fiducie
–
De avond viel reeds in
het bord was vol, overvol
beweeg ik me op de vierkante meter
een paar wel, binnenshuis
buiten waaide het wel hard vandaag
voordat de wind ging liggen
ik koester me in het gedempte licht
en de warmte van binnen.
Nee, al zou de kou bijten
al zou de regen striemen, kleren doorweken
al zouden de wolken de nacht inktzwart kleuren
wist ik je nabij, ook al was je uit mijn zicht
ik ging met lichte tred.
Ik wil niet veel zeggen
maar somst spiegelt het water zo
of golft het in kringen
of als de branding van de zee
en ben ik mijn begin verloren
Het woord me op mijn plaats zet.
–
Als je elkaar dan in de ogen kijkt
je lacht elkaar toe
zomaar, om niets
dat alles even stil staat
uit het zicht verdwijnt
dat je wel meer zou willlen
maar niets hoeft.
–