Mateloos mouwloos mooi


Machteloos als ik naar een Shakira kijk
haar lijf, haar rennen, dansen  geven blijk
van een meisje, vrouw zonder meer en terecht
voor een stadion en de wereld het pleit beslecht

Kracht en bevalligheid in volle glorie te aanschouwen
Ze schudt het figuurlijk uit haar mouwen.

 
 
 

Brokken

Een jaar voorbij, nacht voor nacht
De dromen die liggen in duigen
Herinner me die avond en het moest
het moest toch goed komen, beklijven:
alles op losse schroeven is niet te behappen
Wat gelukt leek, valt niet meer op te tuigen

Nu rest er niet meer dan de scherven
op te rapen, het stof daalt neer, dat moet
Verder en verder gaan we
Hoe dan ook is het niet zover
dat hartzeer en geluk hun einde vinden.

 
 
 

In de wolken met Sharon Stone

Vannacht droomde ik van haar
Van die diva van het witte doek
Ondersteboven van haar look
Gaf ik me over, zag geen gevaar

Hoe het kwam, dat weet ik niet
Het vergde niet meer dan een blik
Ik was er erg mee in mijn schik
Toen haar jurk haar verliet

Geruisloos speelde het zich verder af
met horten en met stoten, eerst haar bovenstuk,
toen haar niemandalletje het begaf

versmolten in een bed van zoet geluk
meer en meer, dichter rond des dichter’s staf
bezweek die wereld onder grote druk.

 
 
 

In memoriam

Ik kende hem vluchtig
en nog vluchtiger als haar
Etiketten als man en vrouw
blijven beperkt en ook wat raar

Hoeveel meer zijn wij ieder niet
Hoeveel gelijk we ook allen zijn
toch anders
met de genen die we kregen
met de geschiedenis achter onze kiezen

Die voor deze mens uitmondde in plotse dood
Men noemt het zelfmoord
Een keten van gebeurtenissen
die ons idee van zelf, van vrijheid stoort.

Toeval of juist helemaal niet
het komt op hetzelfde neer:
dat ieder van ons
niet minder is, noch meer.

 
 
 

En dan ruik je ook nog naar jezelf

De holte van je voet,
de ronding van je hiel
die doorloopt vloeiend naar je kuit
en verder omhoog zich verbredend
tot je heupen die zich welven
en de knik van je taille
die een voorbode zijn
van nog meer welvingen,
je hals strekt zich,
je kin, maar nog meer je mond
om van je ogen maar niet spreken
en je haar een waterval.
Ik sta sprakeloos,
dus beperk ik mij maar tot deze woorden.

 
 
 

Vallende sterren

Waar zijn de lippen die smaken naar vanille?
Het is alweer een tijd geleden
Waar zijn de ogen die schitteren als diamant?
Het is alweer zo lang geleden
Waar is de lach die klatert als een beek?
Mijn ogen zijn allang weer droog
Welke huid is zo zacht
dat ze mijn gedachten doet verbleken?

 
 
 

Liefs

Opeens is de wind stil
Opeens hoor ik geen enkel motorgeluid
Zomaar is de drukte voorbij
en komt een stuk muziek, een stem
zingt, die ademt rust en vrede.

 
 
 

Lach me een kriek

Nu de zomertijd is aangebroken
de liefde is ontloken
Cupido’s pijl de één vreugde brengt
de ander met pijn het hart doorstoken.

Houd ik me op de achtergrond en zie
het krieken van de dag, de volle maan
die komt en gaat, de eb en vloed
Houd ik mijn voeten droog.

 
 
 

Allicht

De lente vliegt mij aan
Ternauwernood houd ik het droog
na een winter die er niet om loog
Zo gewend in de kou te staan

Verrassen mij kleur en vogelzang
en niet te versmaden korte rokken
wapperende haren, vrije lokken
fantasievolle illusies, ben ik bang

De zon schijnt en verwarmt dan wel weer
maar ben ik elders met mijn gedachten
dan schrijnt die vuurbal evenzeer

Weet ik van hen die lachten
van hen die wachten op een ommekeer
Het licht verzamelt zacht haar krachten.