Krijtstreep

Wel, ik moest huilen vandaag
en gisteren en de dag daarvoor
die ging ook al niet teloor
zonder, met een steen in mijn maag

en allengs word ik opgelucht
dat gaat natuurlijk wel gepaard
want is wel goed maar niet bedaard
met een vloek en diepe zucht

en op zijn tijd ook wat jolijt
het mag de pret niet drukken
ook al is het een soort afscheid

van wat er was, ’t ligt in stukken
komt er een nieuw begin geheid
ik weet het zeker, dat gaat lukken.

 
 
 

Keertij

Beverig op de schommel, voorzichtig
trekken aan de koorden, wiegen
in de lucht zonder vleugels
totdat ’t allemaal op z’n plaats valt
dan spring ik er opgelucht van af
en neem de wind met met mij mee
en de zon, die scheen voor twee.

 
 
 

Het heen en weer en stil

Op de schommel, een beetje heen en weer
en voel de wind strijken langs mijn hoofd
en denk aan wat wel, aan wat niet was beloofd
in beweging komt langzaam het hartzeer

tot rust, en omhoog, omlaag en weer omhoog
terwijl de zon ook om de hoek komt kijken
weet jij in mijn gedachten van geen wijken
met gesloten ogen, mijn wangen droog

word ik allengs stiller van dat heen en weer
houd ik een bloem voor ogen
ook al weet ik niet welke vrucht ze draagt

trek ik aan de koorden, ik begeer
nog steeds met mededogen
de tijd van mijn leven mijn hart belaagt.

 
 
 

Op de bodem

Met mijn tranen laat
laat ik mij gaan, mijn eenzaam
hart in de wereld uit
ga tot op de bodem
waar ik hetzelfde vind
aan tranen en gedeelde smart.

 
 
 

Als je je ontkleedt

Als je je ontkleedt
laat je dan niet alleen je kleren vallen
maar ook de maskers van alledag

staan wij naakt dan voor elkaar
geven we elkaar dan van ons zelf
wat we onbeschroomd nu durven delen

vreugde wil ik je beloven
pijnloos durf  ik niet te zeggen
zo zeker is het leven niet

kwetsen, dat is uitgesloten
die zekerheid is je gegeven
als je elkaar open in de ogen ziet.

 
 
 

Opgebloeid

In geen velden of wegen een madelief
al scheelt het niet veel zo blij
ik uit mijn ogen kijk, dat de lente
dwars tegen alle winden in
in mijn hart ontspringt
en je meeneemt naar de tuin
waar je in de bonen bent
waar de vruchtenbomen bloeien
het water je in de mond loopt
met kussen lessen we er onze dorst.

 
 
 

Handtastelijk

Als mijn handen de jouwe
die van jou de mijne

als je dan streelt
ik van geen ophouden weet

als je me kust
ik laat mijn lippen je beroeren

als je mijn ogen steelt
vind ik blindelings jouw schoot

als je me proeft
jouw huid gloeit mijn zinnen

volgen jouw zinnen
en lopen over in elkaar

tot we niets meer weten
tot het smachten is voltooid.

 
 
 

Op mijn lief

De nacht licht op, de rook
volgt en de geur van zwavel
verplettert mijn zinnen en neemt mij
mee naar onbekende verte waar jij
verblijft en ik zet het volume
nog eens zo hard en ik drink
nog eens zo hard op het nieuwe jaar
en nog eens valt het mij hard
en verheug ik mij even zeer.

 
 
 

Mijn hart bij jou

Mijn hart is bij jou, twee kamers
vol verlangen stroomt
als vanzelf jouw kant op
stroomt onvermijdelijk en kust
je lippen en dorst naar meer

Als een boom
die zijn kroon uitspreidt
over de vijver waar hij wortelt
in de diepte, in de grond
er zijn genoegen aan beleeft
zolang de zon niet te lang, te zeer
schijnt en het water vlucht
stroomt mijn verlangen
en put uit jou.

 
 
 

Tastzin

Mijn handen op elkaar gelegen
in mijn schoot, delen
alleen elkaars warmte
bij jouw ontstentenis
het gemis aan jouw huid
het voelen van jouw wezen
de tastzin naar jouw bekoring.