Van kleur verzadigd

Als bloemen bloeien in duizendvoud
het oog verzadigd van hun kleur
heb ik toch maar oog voor één
die al de bloemen doet verbleken
die de adem beneemt en vruchteloos
elke poging haar te snappen
zo ijlings, vluchtig ze beweegt
zelfs als ze zich vlijdt in het gras
is er geen houden aan

Liever laat ik haar vrij gaan
vlieg ik met graagte met haar op
raken onze vleugeltippen
vouwen zij zich om elkander heen
kussen onze lippen
voor een moment of twee
met z’n twee
is de hemel niet meer
dan wat losse letters.

 
 
 

Slapenderwijs

Even helemaal niets, een leegte
waar ik geen enkele weet van heb
behalve als ik je dan zie
denk ik dat jij daar al verblijft
waar ik straks ook nergens ben

als je lichaam ademt en beweegt
zonder medeweten van jezelf
onschuldig en kwetsbaar
kom ik er ook, zo weer
voor het ontwaken aan.

 
 
 

Schik in liefde

De tijd heeft er geen oren naar
de tijd te laten varen
Nu zit ik mooi opgescheept met jou
een eeuwig heden te vergaren

De schikgodinnen weven naar hun zinnen
weet ik alleen maar te beginnen
in het hier en nu, niet anders
dan momenten voor elkaar.

 
 
 

Kortsluiting van harten

Over de horizon zou men willen
wellicht als ’t doodstil is
men dan die pot met goud vindt
er aan voorbij gaat, dat geluk
rinkelt van voorbijgaande aard
zo’n boog in kleur ontspringt
als twee harten elkaar raken.

 
 
 

Omarmd

In tweezaamheid geborgen
binnen de armen van elkaar
de lijfelijkheid de geest raakt
vanuit een samensmelten
is het daar waar

de zee het land kust
een regenboog het land de lucht
de regen de woestijn
een bij een bloem
een zwaluw onnavolgbaar
een boom in blad en zonder
meer geworteld in de aarde
een vulkaan uiteenspat
een berg rust in de tijd
slijt en afvlakt in een zucht.

 
 
 

Zaam

Woorden wel de afstand overbruggen
soms de plank zo misslaan
Woorden het hoe dan ook niet halen
bij het gegeven van elkaars warmte
het in elkaars ogen kunnen kijken
elkaar te kunnen ruiken, proeven
dat het lichaam voelt dat ’t er zijn mag.

 
 
 

Blaas een sprookje

Al vingerknippend op de maat
weet ik geen maat te houden
elke minuut komt weer te laat
de noten klinken, ze zouden

me de tijd doen vergeten
kon ik de rij glazen niet meten

maar ’t is niet de drank
die me naar ’t hoofd stijgt,
maar jouw arm in glacé, dank
jouw lachende mond zich neigt

naar mij terwijl we zwieren
buiten de tijd om de tijd
van ons leven vieren.

 
 
 

Bij kaarslicht

Vaak valt er veel te zeggen
Soms spreekt de stilte in kleur en geur
en verdient het dan de voorkeur
de stem het zwijgen op te leggen

Overweldigd door donker of licht
is een gebaar dan op zijn plaats
als het gevoel gaat buitengaats
een blik soms wonderen verricht

een gebaar, een streling zacht
is al wat men van liefde soms verwacht.

 
 
 

Plusminnend

Ze geeft zich ongenadig over
strekt zich onbekommerd uit
het interesseert haar geen ene fluit
hoe ze de wereld verlicht in tover

Als het regent, als het stort
ze maakt ervan een warm bad
en als ik de schoonheid eens vergat
één blik en al ’t geluk lacht op mijn bord

mij toe, dat het lachen mij niet vergaat
verlevendigt ze alles in het kwadraat
de minnen luchthartig met plussen verslaat.