Knus

De wolken gaan snel, de bladeren
verdwijnen met de noorderzon
de kou bijt in je wangen
als je passeert op straat

Je pakt je in en er valt
wat los te maken
zo je zin hebt
zoekt de warmte je op

Ga je je te buiten aan
een snelle adem, het kloppen
van je hart, zijn hart
je buiten adem maakt.

 
 
 

Over

Jouw lijf, jijzelf
mis ik node
Mocht je hier aanwezig zijn
ik had je bezeten
van top tot teen
Wat had ik je gegeven?
Mijzelf had ik je gegeven
Tijd die er even niet toe deed.

 
 
 

Oponthoud

De nacht vlijde allang zijn duister
over de weilanden en de stad
sterren twinkelen in de gaten
van de wolken door maanlicht
omzoomd, menigeen al de dag
te ruste legde, de enkelingen
doorgaans blijven
met elkaar en door elkaar
verlangend naar meer
naar meer dan het einde

in rumoer en uitgelatenheid verlangen zij
met nog een glas te drinken
de dag allang ten einde was
verlangen enige zin, verlangen
naar een woord
een gebaar
een aanraken zonder oponthoud.

 
 
 

Groeizaam

Voor je het weet valt weer het blad
Voor je het weet de sneeuw
dient zich weer aan die eerste lentedag
word je verliefd op de zomer

Voor je het weet is het kind weer één jaar ouder
staat de ouder één jaar dichter bij ’t afscheid
Maak je het mee, onderhevig aan de tijd
voor geen kleintje vervaard
laat je je niet kisten.

 
 
 

Zoetje

Waar geen woorden voor zijn
is het moeilijk te beginnen
Zo begin ik maar bij het refrein
misschien kom ik dan bij zinnen

Liefde voor ’t oprapen ligt
Liefde die haar werk verricht
in een lach, een simpel woord
in een eenvoudig gemeend gebaar
zo we lief zijn voor elkaar

maar wispelturig als men is en paradoxaal
overschreeuwt men haar wel met veel kabaal
Houdt men zichzelf graag in stand
de normale gang van zaken de overhand.

 
 
 

Zoef zoef

De wereld zich rondom uitstrekt
rondom een huis, mijn huis
een kamer heeft, waar ik verblijf
mijn lichaam mij omhelst en mijn hart
mijn gedachten, ben ik weg,
gedragen en de drager. 

 
 
 

Schuldig aan onschuld

Toen ik ooit ter aarde kwam
werd geboren uit moeders schoot
het leven mij  meteen verdroot
drankzucht zette mij in vuur en vlam

aan de borst gelegen zoog ik stug
slapen, drinken, huilen en soms kort
wakker en tevree, dat jaar ging vort
ging ik al te snel over de brug

waar ik uit mijn doppen keek
om de liefde te bespelen
en desnoods de boel onder zeek

met slechts mijn onschuld om te delen
ik de tijd zo toch de baas bleek
wil het daaraan wel eens schelen.

 
 
 

Al te vluchtig

Het is niet misselijk:
de lucht, zo’n wolk
parfum op de fiets
van een ogenschijnlijke dame
die je al van verre ruikt
en te lang in je neus blijft hangen.

 
 
 

Gegrond

In het gras gaat schuil
onder het boomschors
in het slik van het wad
onooglijk in de lucht
In de kieren van het leven
krioelt het waar wij op teren.

 
 
 

Ja ja

Als de dagen tevergeefs zijn
als je er na aan toe bent
toe te geven aan het mes
in de keukenla, de pillen
in het kastje van de badkamer
elke hoogte je uitnodigt
vleugellam uit vliegen te gaan
je in elk mobiel een stopteken ziet
elk levensteken je voorbij gaat

dan is het ja aan de wereld
het nee te ontkennen.