Het zand schuurt
in mijn onderbroek
Geloof komt dan ook
uit warme streken
Liever ga ik bloot.

Foto's en andere waar
Het zand schuurt
in mijn onderbroek
Geloof komt dan ook
uit warme streken
Liever ga ik bloot.
Bij hoog en laag houd ik vol
met mijn lippen boven water
houd ik vol en geniet ik
geniet ik met volle teugen adem
en ook als het te wensen over laat
ben ik nog wel te genieten.
De meeuwen vliegen maar raak
langszij de boot scheren ze over
de toppen van de golven en duiken
naar wat van hun gading is
bij gebrek aan elleboogstoten
klinkt hun felle roepen:
Van mij! Van mij! Van mij!
Een woord een woord
en men maakt er wat van
zoals zinnen
die zinnen prikkelen
die in woede doen ontsteken
die verlangens raken
de alledaagse, die geenszins
het hart betreffen
maar het wel laten blijven kloppen
Men maakt er wat van, alstublieft.
Ieder van ons heeft toch een lichaam
gehavend, recht van lijf en leden, glad
of ontsierd door ongerechtigheden,
aangedaan door ziekte of gebrek
Er huist leven in
Dat is genoeg
om van te houden.
Laat ik je meenemen, mijn lief, in de duinen
Ik zeg je: ik laat de zon voor je schijnen
zo schijnt ze in mij, ik wist niet,
nu weet ik, wat haar warmte vermag
Laten we de paden maar vergeten
en we zelf gaan als loslopend wild
warmbloedig onze zinnen aan de stilte
overgeven: de lucht was nooit zo zuiver
Laten we te zijner tijd ons drijven
in zee en ons drogen aan de wind
met gesloten ogen ons lichaam op
de tast; hoe de wereld in ons mint.
Het ritme van waken en slapen
kent zijn eigen tijd, als de maan
haar netten spant van licht
het midden van de nacht vergaan
het leven zich tot daar verdicht
waar ’t nog zijn ogen uitkijkt
het donker met zijn stem verrijkt
dan zeg ik dag, met de dageraad
in het verschiet maan ik me
en dompel mij onder in het donker
met een wel te rusten op mijn lippen.
Als ze haar weegs gaat, ik de mijne
Een vraag doemt niet op, maar rijst:
het voetspoor dat je maakt,
het voetspoor dat ik maak,
kruizen ze elkaar en waar
dan, als we elkaar uit het oog
verliezen? Niet verloren
zolang de herinnering beklijft
en wie weet
waar het mij bracht
en jou bracht
welke wegen ons open stonden
welke weg je ging, ik ging.
Daar liep ik, nee, danste ik
licht langs de zee
de branding was summier
de wind leek wel speciaal
voor mij te zijn gaan liggen
de zon kreeg ik in de gaten
op mijn blote hoofd
zong ik hardop de nodige
gibberish om mijn hart te luchten.