Op Tango to Evora

Wanneer ik al zou slapen
ik zou weer wakker willen worden
om in slaap te vallen
en te dromen
bij klanken die ruisen als de wind
over land, voorbij de branding
me meevoeren naar dat eiland
waar we in slaap vallen
gekleed in niets dan zonlicht
en de maan op afstand toeziet
hoe we in elkaars armen
ons bestaan beleven.

 
 
 

Overblijvend groen

Het is de tijd van het riet
dat nog lang groen blijft wuiven
en als laatste toegeeft aan de winter
en pas dan van kleur verschiet
als de bomen rond de vijver
kaal zijn, hun blad
meegevoerd en weggespoeld
blijft het riet op zijn plaats
totdat op het laatst
jonge scheuten zich laten zien
en al die tijd meegeeft met de wind.

 
 
 

Oprecht

Op mijn rug zie ik het zweet
tussen jouw borsten
buig ik mij naar je toe
en proef jouw zout
en neem het ongemak voor lief
de warmte tussen ons
laat zich niet omarmen.

 
 
 

Samenbloei

Dat moment dat onze lippen raken
jouw zweet zich met het mijne mengt
dat ogenblik dat we elkaar zien
in kwetsbaarheid gevangen
dat ik in jou dring, jij mij
omsluit, geen weten meer
waar ik begin en ik overvloei in jou
en jij weg bent en ik je vasthoud
voor zolang.

 
 
 

Overtijd

De nacht doet zich gelden
Ik maak het niet te laat
De zonsopkomst laat op zich wachten
De herfstkleuren zijn allang verschoten
in het donker, verborgen, ik leef
bij de dag, de nacht laat mij spreken.

 
 
 

Spetter

Je laat me lachen
en mag ik dan vreugdevol
de wereld een beetje lichter maken
en wie weet is het dan de druppel
die ook jouw emmer doet overlopen
en dat je zweeft.

 
 
 

Boven de boomgrens

Toen ik nog uitkeek
was ik niet van rotsen verstoken
en richtte ik mijn schreden
waar ogenschijnlijk geen stap was gezet
De verte hield me niet vast
Nu zit ik zonder.